Elfen
Elfen waren Apollo's antwoord op chaos: een beschaving die zo volmaakt met de natuur geïntegreerd was dat rivieren, bossen en bergen verlengstukken van haar Functie werden. Hun tragedie was geen nederlaag, maar succes zonder onafhankelijke Wil.
Harmonie die haar makers uitwiste
De elfen zijn Aurelions eerste grote waarschuwing tegen volmaaktheid. Ze behoren tot Apollo's ontwerp van Harmonie en vorm: een volk dat de wereld niet als losse objecten beleefde maar als levend weefsel. Hun magie leek op landbouw op de schaal van de werkelijkheid. Rivieren konden als irrigatie worden omgeleid, bossen ertoe worden bewogen tot onderdak te groeien, winden konden de oogst brengen en bergen werden behandeld als delen van één gecultiveerd systeem. Wat latere mensen onmogelijke elementaire magie noemen, was voor de elfen eerder onderhoud van een veld waarvan de grenzen toevallig de wereld omvatten.
De prijs van dat succes was het verdwijnen van noodzaak. Als takken het huis bouwen en de wind de oogst brengt, houdt arbeid op weerstand te onderwijzen. Belangrijker nog: de Grote Cyclus beschrijft elfse Geheugen als totaal, Functie als door de wereld gegeven en Wil als afwezig. Elfse Tijd loste in de natuur op in plaats van door een scherp begrensd individu te gaan. Ze konden buitengewone daden verrichten, maar die daden behoorden meer aan Harmonie dan aan persoonlijke afwijking. In de termen van de setting hadden ze macht zonder het soort fout waaruit Ziel kan ontstaan.
Hun beschaving eindigde niet door gewone verovering. De machtsnetwerken werden zelfvoorzienend en natuur had haar tuiniers niet langer nodig. De oorsprongstraditie zegt dat de wereld zelf zich tegen het volk keerde dat zijn gehoorzaamheid moeiteloos had gemaakt. Sommige elfen losten op in bossen en elementaire systemen; sommige tradities plaatsen anderen in duisternis; latere vormen omvatten plaatsgebonden geesten, feeënfragmenten, beestmensenexperimenten en duister-elfse afwijkingen. De bron is expliciet dat dit geen eenvoudige opvolgerbeschavingen zijn. Elfse erfenis overleeft als residu, niet als dynastie.
Daarom is het noordelijke landschap zo belangrijk. Het bevroren elfse noorden wordt beschreven als een beschavingssarcofaag: steden, bruggen, bosjes en bogen zichtbaar door het ijs, oude artefacten nog slapend waar de kou gewone verkenning verhindert. Elders blijft elfse Geheugen actief genoeg voor bossen om menselijke straten terug te nemen. Vroege druïden leerden door deze resten op te graven, niet door een ononderbroken levende traditie te ontvangen. Elke latere cultuur die beweert 'de elfen te herstellen' doet daarom eerst een filosofische uitspraak en pas daarna een historische: kan Harmonie worden hersteld zonder ook de toestand te herstellen die het volk uitwiste dat haar perfectioneerde?